Actorenanalyse

Wat & Waarom

Bij het ontwikkelen van beleid zijn vaak veel partijen betrokken. Maar hoe krijg je zicht op al die betrokkenen (actoren)? Een actorenanalyse biedt uitkomst. Daarmee krijg je een goed beeld van alle partijen of personen die bij de uitwerking van de projectplannen moeten worden betrokken. Bijvoorbeeld omdat zij een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de totstandkoming van je project, of omdat ze juist voor stagnatie kunnen zorgen als je hun belangen niet op de juiste wijze meeneemt in je overweging. ‘

De actorenanalyse geeft je dus inzicht in kansen en bedreigingen van het project. Je ontdekt mogelijke samenwerkingspartners, welke actoren een rol hebben in de besluitvorming van een project en welke actoren niet direct een rol hebben, maar wel invloed (zowel positief als negatief) kunnen uitoefenen op de voortgang van het project.

Stap 1: Actoren in beeld

Om te beginnen, maak je een overzicht van alle partijen (of personen) die mogelijk betrokken zijn bij de ontwikkeling van het beleid. Denk aan medewerkers (intern), samenwerkingspartners, burgers, leveranciers en belangen- of winkeliersverenigingen (extern). Verdeel alle partijen in categorieën, zoals gebruikers, uitvoerenden, beslissers, direct betrokkenen, etc.

Stap 2: Krachtenveldanalyse

Wat zijn de belangen van de betrokkenen? Hoeveel invloed hebben ze op het succes van je project? En passen hun belangen bij de beoogde resultaten en doelstellingen van het project? Op die vragen krijg je antwoord tijdens de krachtenveldanalyse.

Als je de belangen van de actoren weet, kun je vaststellen welke ‘positie’ ze zullen innemen. Ook zie je meteen of er eventueel tegenstrijdige belangen zijn. Zijn er geen tegenstrijdige belangen? En zijn er oplossingen die de belangen van meerdere partijen dienen? Dan heb je een goede basis voor samenwerking.

Stap 3: Strategie

Nadat je de krachtenveldanalyse (stap 2) hebt uitgevoerd, kun je je strategie bepalen. Er zijn 6 soorten actoren en bijbehorende strategieën:

  • Coalitiepartners: staan wantrouwend tegenover de kerngroep/provinciale organisatie maar zijn het wel eens  met de inhoud. Strategie: Houd de discussie met coalitiepartners zakelijk, en gericht op de inhoudelijke voordelen van het beleid. Als de matige relatie bezwaarlijk dreigt te worden, bespreek de herkomst daarvan een op een, en ga na hoe deze verbeterd kan worden.’
  • Bondgenoten: staan achter het beleid en hebben een goede relatie met de provincie/projectleider. Ze zijn de drijvende kracht achter het beleid.
    Strategie: participatie.
  • Opportunisten: Laten zich niet uit over wat ze willen (wachten kansen af), hebben nog geen goed gevoel over het beleid.
    Strategie: betrekken. Besteed extra aandacht aan de onderbouwing van het initiatief en de mogelijke voordelen voor de partijen. Besteed ook aandacht aan de relatie door ruimte te bieden aan persoonlijke wensen.
  • Twijfelaars: Twijfelen nog over de meerwaarde van het project.
    Strategie: betrekken. Besteed extra aandacht aan de onderbouwing van het initiatief en de mogelijke voordelen voor de partijen.
  • ‘Vijanden: staan niet achter het beleid en hebben een slechte relatie met de provincie/projectleider. Strategie: onenigheid over beleid is op zich niet slecht en kan helpen de eigen ideeën te scherpen. Het negatieve aspect van vijanden is de slechte relatie met provincie/projectleider. Werk aan herstel van die relatie, door bijvoorbeeld nadrukkelijk en eerlijk aandacht aan de inhoudelijke bezwaren van vijanden te besteden, door gezamenlijk een onafhankelijk procesbegeleider te benoemen, en dergelijke. De strategie is erop gericht om vijanden te veranderen in opponenten, zodat weer een zakelijke discussie op de inhoud mogelijk is.’
  • Opponenten: Opponenten hebben een goede relatie met de provincie/projectleider, maar zijn het inhoudelijk met (delen van) het voorgenomen beleid niet eens. Strategie: betrekken. Probeer gezamenlijk met alle partijen aanpassingen van het beleid te verzinnen die (deels) aan de bezwaren van opponenten tegemoet komen. Mocht dat niet mogelijk zijn, bespreek dan welke vormen van compensatie (dat hoeft niet persé geld te zijn, kunnen andere projecten zijn, waarborgen, enz.) hun voornaamste bezwaren weg zouden nemen.’

FRY0285 modellen actorenanalyse