Argumentatie-eis

Wat & Waarom

Je hebt doelen bepaald en een (beleids)plan geschreven. Maar waaruit blijkt dat je met dit plan ook daadwerkelijk die doelen gaat bereiken? Welke argumentatie ligt daaraan ten grondslag? Is het doel niet te ambitieus? Bouw je aan een succesverhaal of wordt het resultaat teleurstellend?

Plan A of B

Er zijn in de basis twee soorten plannen: A en B.

Plan A is gebaseerd op maakbaarheid en is goed uit te werken in een stappenplan. Neem als voorbeeld de aanleg van een weg. Op basis van eerdere ervaringen (van jezelf of anderen) kun je met zekerheid stellen dat het volgen van de stappen zal leiden tot het doel: een weg.

Ben je voor het behalen van je doel afhankelijk van inwoners, bedrijven of andere instanties, dan weet je vooraf helemaal niet zo zeker dat je met je plan je doel bereikt. Gaan die betrokkenen wel het gewenste gedrag vertonen? Verwachtingen managen is dan belangrijk.

Plan B is een plan gebaseerd op ontstaanbaarheid en is uit te werken in plan-do-check-act loopjes.

Als je aan een plan B begint, weet je niet precies hoeveel tijd je nodig hebt. Je komt steeds dichter bij je doelen, maar weet niet wanneer je ze zult bereiken. Ook als je aan een plan B werkt, is het belangrijk om heldere verwachtingen te scheppen.

Voorbeelden

Plan A

‘Kleine reguliere projecten’ (bron: Uitvoeringsprogramma Provinciaal Verkeers&Vervoers Plan 2014 – Provincie Fryslân)

Een van ‘kleine reguliere projecten’ die in dit uitvoeringsprogramma staan omschreven is een fietsoversteek bij Ryptsjerk (N361). Er hebben zich bij deze fietsoversteek twee dodelijke ongevallen voorgedaan. Er wordt voorgesteld om de fietsoversteek te verhogen en de openbare verlichting aan te passen of het kruispunt te herinrichten tot een 60 km/u gebied.

Maatregelen worden direct benoemd en zijn dus al bekend op basis van ervaring. Een duidelijk plan A-voorbeeld, wat ook blijkt uit het feit dat er in het plan direct een benodigd bedrag aan wordt gekoppeld.

Plan B

‘Bouwen aan een duurzame samenleving’ (bron: Milieubeleidsplan 2011-2014 – Provincie Fryslân)

In dit uitvoeringsspoor van het milieuplan gaat het om het bewust maken van duurzame afwegingen door burgers en maatschappelijke organisaties. Realisatie van het doel hangt af van het gedrag van die partijen. Het is het type plan waarmee je steeds dichter bij je doelen komt, maar waarvan je niet weet wanneer je die gaat bereiken. Een plan B dus.

Dit blijkt ook wel deze passage uit het plan: “Er is geen recept of handleiding voor een duurzaam besluit. Als samenleving moeten we steeds opnieuw uitvinden wat duurzaamheid in uiteenlopende situaties inhoudt”. En: “We kiezen er daarom voor om allereerst in overzichtelijke projecten te experimenteren met een duurzame besluitvorming. We nemen daarin een open en pragmatische houding aan en zijn ons ervan bewust dat experimenten ook kunnen mislukken. Succesvolle experimenten ontwikkelen we vervolgens verder door om op die manier meters te maken.” Je ziet dat men hier helder is ten aanzien van de verwachtingen; het kan immers ook mislukken. Er wordt hier bewust gekozen voor een leerproces, waarin door vallen en opstaan meer kennis en daarmee argumentatie voor het beleid wordt verzameld.

Ondertussen wordt gezocht naar onderbouwing: “Wij onderzoeken in de planperiode welke mogelijkheden er zijn om burgers en professionals in staat te stellen te participeren in duurzame besluitvormingsprocessen. Wij gaan daarbij het wiel niet zelf uitvinden, maar zoeken aansluiting bij bestaande initiatieven, methoden of hulpmiddelen. We gebruiken deze als bron van inspiratie en bouwen ze om naar onze eigen situatie als dat nodig en mogelijk is.”

Gebruik de databank

Je kunt je beleid onderbouwen met behulp van (openbare) data. Provincie Fryslân heeft die data in een online databank staan: http://friesland.databank.nl/.

Argumenten verzamelen

Om aan te tonen dat jouw beleidsplan succesvol zal zijn, kun je op verschillende manieren argumenten verzamelen.